Rustige Rode Neuzentocht in en rond Ledegem

Geschreven door op 04-10-2017

Rustige Rode Neuzentocht in en rond Ledegem

Op woensdag 4 oktober was ik te gast bij wandelclub ’t Wandel Voetje uit Ledegem. Vanuit het prachtig Cultureel Centrum De Samenkomst stond de club van voorzitter Ronny Warnez in voor hun jaarlijkse Rode Neuzentocht. Bij de inschrijving kreeg iedere wandelaar traditiegetrouw een cuberdon aangeboden.

Iedereen kent ondertussen wel dit lekker snoepje. Ze zijn kegelvormig en roodpaars van kleur, met een krokant omhulsel en een mals hart. De rode neus - ook pastoorshoedje of cuberdon is een typisch Belgisch snoepgoed en uniek in zijn soort. Deze kegelvormige lekkernij is het resultaat van de geslaagde versmelting van suiker en Arabische gom. Het zou de uitvinding zijn van een Belgisch geestelijke aan het begin van de 19e eeuw, vandaar de naam pastoorshoedje. Tot op vandaag wordt deze lekkernij nog steeds op ambachtelijke manier gemaakt. En zoals secretaris Marleen Vandenweghe het mij had beloofd zondag laatst tijdens de wandeltocht in De Panne: ze waren verser dan vers, het snoepje viel mij echt in de smaak.

        

Genoeg gesnoept nu, ik ben immers gekomen om te wandelen….
Er werden door de parcoursbouwer van dienst 4 lussen uitgestippeld. Drie lussen van ongeveer 6 km en 1 kleinere lus van 4,4 km die bijna gelijklopend was met de derde lus. Deze kortere lus was ideaal voor mensen met kleine kinderen of wandelaars die slechts een kleine afstand aankunnen.
In lus 1 en 3 stap ik langs de Kezelbergroute, een oude spoorweglijn die Roeselare met Menen verbindt en daarbij de gemeenten Ledegem, Moorslede en Wevelgem doorkruist. De Kezelbergroute vormde in de Eerste Wereldoorlog de verbinding tussen het bezette en bevrijde gebied. Zo vertrok er op 13 juli 1917 een Duitse compagnie per trein uit Roeselare. Een van de soldaten was Adolf Hitler. In Ledegem station stapten de soldaten af en marcheerden ze verder naar Geluveld, waar ze zich op de Derde Slag van Ieper voorbereidden.

        

Langs de Soldatenstraat wandel ik voorbij de (oude) stoommelkerij Sint-Pieter die op 13 maart 1903 werd opgestart door de Verbondsmelkerij van Moorslede. Rond de eeuwwisseling kwam de zuivelindustrie in ons land immers op gang. Stoom werd zowel als drijfkracht als verwarming gebruikt. Het ophalen van de melk gebeurde eerst met hondenkarren en enige tijd later met paard en kar. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam de veestapel in verval. De melkerijen kregen steeds minder klanten over de vloer. Later gingen de meeste boeren hun melk zelf verwerken. De latere opkomst van grote melkerijen betekende de definitieve doodsteek van deze kleinschalige melkerijen.
Bij café ‘De reisduif’ moest ik aan het liedje van Johan Verminnen denken die het gelijknamig café in Hansbeke bezingt. Vooraleer ik de industriezone induik stap ik nog voorbij een woning waar een informatiebord staat over een “Pillbox”. Het is een kopie van een aquarel, genaamd “Pillbox near Ledeghem”, daterend uit oktober 1918 en geschilderd door een Schots soldaat. Een pillbox is een betonnen geschutskoepel. De Britse soldaten noemde de Duitse bunkers “Pillboxes”: pillendoosjes. Van hieruit werd de bevrijding van Ledegem voorbereid en ingezet. De gemeente werd uiteindelijk op 14 oktober 1918 bevrijd.

            

Tijdens lus 2 volgen de wandelaars een flink stuk langs de Oosthoevewandelroute. Deze 13 km-lange wandelroute vertrekt aan de kerk van Rollegem-Kapelle. De tocht brengt ons naar de 'Oosthove', de oudste hoeve van de gemeente en dateert uit 1778. De hoeve omvat een 18de-eeuws poortgebouw met aansluitend een koeienstal, een grote schuur, een boerenhuis (1793), een paardenstal en een 19de-eeuws wagenhuis. De verschillende gebouwen zijn aaneengesloten opgesteld rond het rechthoekige erf, wat voor de regio Roeselare eerder uitzonderlijk is. Oosthove werd ook wel “’t Goed Wulfsdamme” genoemd naar de nabijgelegen Wulfsdambeek. In 2001 werd de hoeve beschermd als monument. Enkele omliggende weilanden en akkers vormen sinds 2002 ook een beschermd dorpsgezicht.

        

Tijdens lus 3 stap ik rond de Sint-Petruskerk, dateert uit 1764 en werd op 23 juli 1993 beschermd als monument. Aan de overzijde van de kerk bevindt zich een fraaie boerderij. Een opvallende woning in het roze geschilderd staat bekend als het “Peereboomhuis”, genoemd naar de bewoners in de 19e eeuw. Het dateert van 1726 en is hiermee waarschijnlijk het oudste huis van Ledegem. Het is sinds 1974 beschermd monument. In de onmiddellijke nabijheid staat het monument ter ere van 90 jaar bevrijding Ledegem tijdens Wereldoorlog I. Ook langs de Menenstraat vinden we enkele merkwaardige gebouwen: de Levrouwhoeve, de neogotische pastorij, dat van 1726 dateert. Het station van Ledegem is nu een woonhuis. In de omgeving, tegenaan de Ledegemse meersen, ligt nog een betonnen smeerput voor treinstellen. Vanaf dit punt heeft men een mooi zicht op Dadizele, voornamelijk de grote basiliek valt op.

        

Ik trek richting het centrum van Ledegem, meteen het einde van een genietbare en zeer verzorgde Rode Neuzentocht met veel aandacht voor ongekende onverharde weggetjes en het nodige groen. Van het weer mochten de wandelaars ook zeker en vast niet klagen, het was licht bewolkt maar het bleef droog, niet te warm, niet te koud, ideaal wandelweer dus.
Met een opkomst van 837 wandelaars mocht ’t Wandel Voetje best tevreden zijn voor een midweektocht!

Volgende afspraak: op zaterdag 16 december staat de Moezelwijntocht op het programma vanuit Zaal De Kring langsheen de Hugo Verriestlaan in Ledegem. So long!

TEKST: Mario Carton

Geniet mee van enkele sfeerbeelden:

Fotoreportage (Mario Carton)

De wandelclub

ONZE
PARTNERS

Webdesign by digicreate